Dit doet suiker met je brein

Is zoetigheid echt verslavend?

Zoet, zuur, bitter, zout en umami zijn de vijf smaken die de smaakpapillen in de mond onderscheiden. Als je iets eet waar suiker in zit, geven de smaakpapillen de hersenen een seintje en ervaar je een zoete smaak.

De mens heeft een aangeboren voorkeur voor zoetigheid. Niet voor niets smaakt moedermelk zoet en gaan baby’s lachen als ze de eerste fruithapjes krijgen. Zoetigheid geeft een fijn gevoel. De lekkere smaak van suiker activeert namelijk het beloningscentrum in de hersenen en dat zorgt voor de afgifte van de stof dopamine. Die dopamine speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. Daarom geeft ­suiker eten een extra prettig gevoel.

Brandstof voor de hersenen

Een verhoogde aanmaak van dopamine is niet het enige effect dat suiker heeft op de hersenen. Suiker wordt tijdens de spijsvertering omgezet in glucose – dé brandstof van het brein. Onze hersenen zijn enorme energieslurpers. Ze nemen slechts 2 procent van ons lichaam in beslag, maar verbruiken maar liefst 20 procent van alle benodigde energie. Dat komt doordat ze dag en nacht talloze functies vervullen. Nadenken, onthouden, leren, het aan­sturen van de spieren en het ­verwerken van prikkels die de zintuigen doorgeven: alles kost energie. Van al onze organen gebruiken de hersenen zelfs de meeste energie.

Voor de hersenen is glucose vrijwel de enige energiebron. Hierin zijn ze uniek. Andere delen van het lichaam kunnen de energie die ze nodig hebben ook halen uit vetten en eiwitten, maar voor de hersenen is dat lastig. Kortom: je brein heeft glucose hard nodig voor alle taken die uitgevoerd moeten worden.

Vaarwel suiker

Wat gebeurt er wanneer je rigoureus de suiker uit de voeding schrapt? Als je geen klontjes meer in de koffie doet, geen chocolade meer eet, snoep, jam, frisdrank, koek, gebak of toetjes laat staan: krijgen je hersenen dan nog de benodigde energie? Dat hoeft geen enkel probleem te zijn. Suiker is namelijk niet de enige bron van glucose. Ook volkoren graan­producten (zoals volkoren brood, volkoren pasta en zilvervliesrijst), aardappelen, peulvruchten, groenten en fruit leveren glucose. Het zetmeel en de fruitsuikers in deze producten worden tijdens de spijs­vertering – net als suiker – omgezet in glucose. Bovendien leveren ze gezonde voedings­stoffen zoals vezels, vitamines en ­mineralen. Dat doet suiker niet.

Geluksgevoel

Aangezien suiker ervoor zorgt dat dopamine wordt aangemaakt, wordt soms gedacht dat suiker verslavend is. Op zich niet zo’n vreemde gedachte, want drugs zoals heroïne en cocaïne verhogen óók de afgifte van dopamine. Maar daar houdt de vergelijking wel op. Terwijl je bij het afkicken van een alcohol-, tabak- of drugverslaving onthoudingsverschijnselen krijgt, is dit bij suiker niet het geval. Ook heb je niet steeds méér suiker nodig om hetzelfde fijne gevoel te ervaren. Neuropsycholoog prof. dr. Rob Markus van Maastricht University zegt hierover: “Drugs zijn giftige stoffen die blijvende veranderingen in de hersenen veroorzaken. De ‘ontvangers’ voor dopamine in de ­hersenen worden bij druggebruik minder gevoelig voor ­dopamine. Daardoor heb je steeds meer drugs nodig voor hetzelfde effect. Dat is bij suiker niet zo.”

Overigens zorgt niet alleen suiker voor een hogere afgifte van dopamine. Er zijn veel meer plezierige activiteiten die kunnen zorgen voor extra dopamine en dus voor een groter geluksgevoel: een warme douche, een vrijpartij, eten in goed gezelschap. Markus: “Allemaal zaken die genot opleveren maar niet verslavend zijn.”

Zoet, hartig of vet

Suiker is trouwens mínder onweerstaanbaar dan je zou denken, aldus Rob Markus. Producten die zowel hartig als vet zijn (zoals gefrituurde snacks, kaas en worst) zijn het moeilijkst om te laten staan, bleek onlangs uit een onderzoek dat hij deed onder bijna 1500 studenten. De proefkonijnen hadden net iets minder moeite om ‘nee’ te zeggen tegen voedingsmiddelen met een combinatie van zoet en vet (zoals gebak en chocolade). Slechts 5 procent had de meeste moeite om suikerrijke, nietvette voedingsmiddelen (zoals snoep en frisdrank) te laten staan.

Wat is er bekend over…

…suiker & depressies
Kun je met suiker een depressie behandelen? Daar is veel onderzoek naar gedaan. Suiker stimuleert in de hersenen de aanmaak van dopamine en indirect ook van serotonine, dat ook wel het gelukshormoon wordt genoemd. Dopamine en serotonine hebben een positief effect op onze stemming. De werking van antidepressiva berust zelfs op het verhogen van de hoeveelheid serotonine. Helaas heeft suiker slechts een klein effect op onze stemming. Neuropsycholoog en onderzoeker Rob Markus: “Je kunt met suiker absoluut geen depressies behandelen.”

…suiker & dementie
Soms wordt suiker in verband gebracht met het ontstaan van dementie. Uit recent onderzoek van de Amerikaanse alzheimer-vereniging bleek dat het drinken van veel suikerrijk vruchtensap kan leiden tot een vroeg stadium van de ziekte van Alzheimer. Maar het is nog veel te vroeg voor conclusies, aldus Rob Markus: “De wetenschap moet zich daar nog eens goed over buigen, want er zijn geen gecontroleerde studies die een oorzakelijk verband aantonen.”

…suiker & ADHD
Krijgen kinderen ADHD van suiker? Neuropsycholoog Rob Markus: “Ouders denken vaak dat er een relatie is tussen suiker eten en druk gedrag omdat kinderen na een feestje met veel snoep helemaal hyperactief kunnen zijn. Maar dat hóéft niet door het snoepen te komen. Alles op zo’n feestje kan kinderen druk maken. In vergelijkingsonderzoek van alle gecontroleerde studies op dit gebied is in ieder geval geen effect gevonden van suiker op het gedrag.”

Bron: www.gezondheidsnet.nl / Plus magazine

Moet je het hele jaar door Vitamine D slikken?

Zodra de herfst begonnen is en de dagen donkerder worden, grijpen veel mensen weer naar een vitamine D-supplement om een vitamine D-tekort te voorkomen. Maar is het niet beter om het hele jaar door extra vitamine D te slikken?

Vitamine D-tekort

Een vitamine D-tekort komt in alle lagen van de bevolking vaak voor. Vooral met het stijgen van de leeftijd, stijgt het risico op een tekort. Naar schatting heeft de helft van alle ouderen een tekort aan vitamine D. Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten en tanden. Een tekort kan op den duur botontkalking of osteoporose en/of spierzwakte veroorzaken.

Zonnevitamine

Vitamine D is een echte zonnevitamine: ons lichaam kan het namelijk zelf aanmaken onder invloed van zonlicht. Als je elke dag 15 tot 30 minuten tussen 11.00 en 15.00 uur met in ieder geval onbedekte handen en een onbedekt hoofd buiten in de zon komt, dan maak je meestal genoeg vitamine D aan.

Vitamine D in voeding

Je kunt vitamine D ook via voeding binnenkrijgen. Zo zit de vitamine van nature in vette vis, zoals haring, makreel en zalm. Daarnaast zit er een klein beetje in roomboter, volle zuivel, vet vlees en eieren. Het wordt ook toegevoegd aan margarine, halvarine en bak- en braadproducten. In deze voedingsmiddelen is vitamine D echter maar zo beperkt aanwezig, dat je met alleen voeding er nog niet bent.
Veel mensen krijgen toch nog niet voldoende vitamine D binnen, of hebben er meer van nodig. Daarom is het aan te raden om het hele jaar door extra vitamine D te slikken, zeker wanneer je ook nog eens in een bepaalde groep valt. Jonge kinderen, senioren, zwangere vrouwen, mensen met een getinte huid en mensen die hun huid bedekken hebben bijvoorbeeld extra vitamine D nodig.

De vloeibare visolie van Eqology is uitstekend geschikt om hiervoor te gebruiken. Op de site vind je de relevante info.

Wilt u weten hoe het met uw vitaliteit is gesteld? Neem dan contact met mij op! hannes@athleta-projecten.nl

Heb jij een vitaminetekort?

Vitaminetekorten hoeven niet te ontstaan, mits je gezond eet en drinkt. Er zijn dertien stoffen die de naam vitamines hebben. Dat zijn: vitamine A, C, D, E, K en acht soorten vitamine B. In sommige gevallen kan toch een tekort ontstaan. De meest voorkomende vitaminetekorten zijn vitamine D-tekort en vitamine b12-tekort. Welke symptomen horen bij welke tekorten?

Vitamine A-tekort
Vitamine A zorgt voor de huid en ogen. Het is nodig voor de aanmaak van cellen en de weefselstructuur van de huid. Door vitamine A worden epitheelcellen gevormd in de huid, luchtpijp, het haar, tandvlees en longweefsel. Daarnaast zorgt vitamine A voor een goede werking van het afweer- en immuunsysteem. Een tekort aan deze vitamine kan  een droge huid of dof haar veroorzaken. Door de verminderde weerstand is de kans op een griep of verkoudheid groter.

Vitamine B1-tekort
Vitamine B1 is onmisbaar voor de energievoorziening van het lichaam. Daarnaast is het nodig voor een goede werking van de hartspier en het zenuwstelsel. Bij een tekort aan vitamine B1 kunnen psychische afwijkingen ontstaan, zoals depressie, concentratieproblemen en geheugenverlies, gevoelloosheid in de benen en hartklachten.

Vitamine B2-tekort
Vitamine B2 heb je nodig om je lichaam van energie te voorzien. Krijg je te weinig vitamine B2 binnen, dan kun je last krijgen van je huid, zoals ontstekingen bij de mondhoeken. Of je krijgt last van vermoeidheid. Een tekort kan bovendien leiden tot een verlaging van het hemoglobinegehalte. Hemoglobine geeft bloed een rode kleur en vervoert zuurstof van de longen naar de rest van je lichaam.

Vitamine B3-tekort
Een tekort aan vitamine B3 komt niet veel voor. Een eiwitrijke voeding zorgt al snel voor voldoende en ook de rest van de voeding bevat genoeg. In bepaalde delen van de wereld waar maïs het hoofdvoedsel is ontstaat sneller een tekort.

Vitamine B5-tekort
Vitamine B5 zit in veel voedingsmiddelen. Een tekort komt dan ook haast niet voor. Alleen bij ernstige ondervoeding treedt een tekort aan vitamine B5 op. Een langdurig en ernstig tekort kan  pijnlijke en branderige voeten, veroorzaken.

Vitamine B6-tekort
Bij voldoende en gevarieerd eten krijg je genoeg vitamine B6 binnen. Toch lijkt dit niet iedereen te lukken. Als je een tekort hebt, kun je last krijgen van ontstekingen van de tong en de huid, depressies, verwardheid, vermoeidheid, bloedarmoede, een verminderde weerstand en zenuwaandoeningen.

Vitamine B8-tekort                                                                                                                          Dit stofje zorgt onder andere voor een mooie huid en gezond haar. Omdat het in veel producten voorkomt, krijg je met een gevarieerd eetpatroon niet zomaar een tekort aan deze vitamine. Zou je er toch te weinig van binnen krijgen, dan kun je klachten krijgen als huidafwijkingen, een tongontsteking, een verminderde eetlust, vermoeidheid, spierpijn, bloedarmoede en depressie.

Vitamine B11-tekort
Vitamine B11 wordt ook wel foliumzuur genoemd. Hiervan krijgen Nederlanders niet altijd genoeg binnen, vooral zwangere vrouwen. Het zorgt voor de groei, een goede werking van het lichaam en voor de aanmaak van witte en rode bloedcellen. Foliumzuur is belangrijk voor de vroege ontwikkeling van het ongeboren kind. Als je zwanger wilt worden of net zwanger bent, is het verstandig om extra foliumzuur te nemen. Een ernstig tekort aan foliumzuur kan bloedarmoede, darmstoornissen, vermoeidheid en geboorteafwijkingen veroorzaken.

Vitamine B12-tekort
Vitamine B12 speelt een rol bij de vorming van rode bloedcellen, zorgt voor een goede werking van het zenuwstelsel en is een essentiële factor voor de groei. Het is betrokken bij de stofwisseling van foliumzuur. In Nederland krijgen de meeste mensen voldoende vitamine B12 binnen door het eten van vlees. Vooral veganisten lopen een risico op een te lage inname van vitamine B12. Bij een tekort aan vitamine B12 kan minder DNA worden aangemaakt, dat nodig is als lichaamscellen zich vermenigvuldigen. Vooral bloed- en zenuwcellen vermenigvuldigen zich snel, en daar zijn de effecten van een tekort dus het eerst te merken. Een vitamine B12-tekort kan leiden tot bloedarmoede en schade aan het zenuwstelsel. Dat uit zich in symptomen zoals vermoeidheid, gebrek aan eetlust en hoofdpijn, maar op de duur ook in typische verschijnselen als tintelende en gevoelloze handen en voeten, geheugenproblemen en coördinatiestoornissen.

Vitamine D-tekort
Een vitamine D-tekort komt in alle lagen van de bevolking vaak voor. Vooral met het stijgen van de leeftijd, stijgt het risico op een tekort. Naar schatting heeft de helft van alle ouderen een tekort aan vitamine D. Het lichaam heeft vitamine D nodig voor stevige botten en tanden. Een tekort kan op den duur botontkalking of osteoporose en/of spierzwakte veroorzaken.

Vitamine K-tekort
Vitamine K is nodig voor een goede bloedstolling. Daarnaast zijn er aanwijzingen  vitamine K een rol speelt bij de aanmaak van botten. Pasgeboren baby’s krijgen na geboorte altijd 1 milligram vitamine K toegediend, omdat baby’s altijd een vitamine K-tekort hebben. Ook volwassenen die langdurig antibiotica gebruiken kunnen een vitamine K-tekort krijgen, met mogelijk een vertraagde bloedstolling tot gevolg.

Bron(nen): Vitamine Informatie Bureau, Voedingscentrum

Bodytec voor modern en effectief sporten

Wie in 20 minuten een gezonder, sterker en fitter lichaam wil hebben kan bij Bodytec Drachten terecht voor een ultra-moderne, effectieve manier van sporten aan door middel van Elektro Musculaire Stimulatie (EMS).

Bodytec Drachten zorgt daarmee voor meer resultaat in minder tijd: een krachtige full body workout in 20 minuten, voor iedereen toegankelijk, in korte tijd waarneembaar resultaat en trainen onder begeleiding van een Personal Trainer met functionele dagelijkse bewegingen.

Volgens Hannes de Boer van Bodytec is 20 minuten trainen net zo effectief als 3 x 60 minuten trainen in een sportschool. ,,Bodytec gaat verder waar andere trainingsvormen ophouden. De acht belangrijkste spiergroepen worden tegelijkertijd geactiveerd en doelgericht getraind. Zelfs de lastig te bereiken romp en rugspieren.’’
Bodytec-training ontziet bijna volledig de gewrichten. Daarmee wordt trainen zeer laagdrempelig en voor een zeer brede groep mensen toegankelijk. Juist voor de groep mensen met blessures, overgewicht, reuma, fybromyalgie en rugklachten die normaliter meer last dan baat kunnen ondervinden van reguliere training. ,,Kom langs en probeer het uit en activeer uw lichaam.’’
www.bodytecdrachten.nl of 06-41818000

Positieve effecten van meer bewegen

Dat bewegen gezond is, weet iedereen inmiddels wel. Toch beweegt lang niet iedereen voldoende. Misschien dat de volgende tien redenen er wel voor zorgen dat je meer gaat bewegen?

1. Goed voor je hersenen en geheugen
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de hersenen gebaat zijn bij regelmatig sporten. Het is nog niet helemaal duidelijk waarom het precies zo is, maar wel dat het zo is. Gedacht wordt dat bewegen de bloedsomloop bevordert. Zo komt er meer zuurstof in je hersenen en dat is goed.

2. Meer zin in seks
Sporters zijn actiever in bed. De verklaring is volgens wetenschappers simpel: sporters hebben meer zelfvertrouwen en zijn tevreden met hun lichaam. Daarnaast verkleint veel bewegen bij mannen de kans op erectiestoornissen.

3. Minder stress
Door te sporten, maakt je lichaam onder andere endorfine en serotonine aan. Beiden staan bekend als gelukshormonen. Ook voedingsmiddelen die de serotonineproductie in je hersenen vergroten, zouden je humeur verbeteren. Endorfine heeft een kalmerend en pijnstillend effect.

4. Sterke botten
Je botdichtheid neemt na je dertigste af, waardoor ze steeds brozer worden. Sporten helpt dit tegen te gaan. Om sterk te worden en te blijven, moeten botten belast worden. Doe een sport waarbij je botten je gewicht dragen, bijvoorbeeld hardlopen.

5. Een gezond hart
Bewegen heeft effect op de belangrijkste oorzaken van hartaandoeningen. Het voorkomt dat je aders verstopt raken en verlaagt de bloeddruk. Ook vermindert het de kans op andere risicofactoren zoals diabetes, verhoogd cholesterolgehalte, overgewicht en aderverkalking.

6. PMS en menstruatiepijn
Regelmatig sporten vermindert bij vrouwen premenstruele pijnen. Volgens onderzoekers komt ook dit weer door het vrijkomen van de stof endorfine. Het verzacht de pijn en heeft een kalmerend effect. En wist je dat wanneer je tijdens de laatste fase van de menstruatiecyclus beweegt je meer vet verbrand! Ook kun je in die fase langer sporten zonder moe te worden.

7. Versoepelt de overgang
Ook voor vrouwen in de menopauze is van belang om te blijven bewegen. Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat het beoefenen van een sport overgangsklachten als opvliegers, nachtelijk zweten, slapeloosheid en prikkelbaarheid vermindert. Daarnaast vertraagt in de overgang de stofwisseling en is het moeilijker om buikvet te voorkomen. Sporten voorkomt die extra kilo’s.

8. Positief effect op de spijsvertering
Als je last hebt van je darmen, bijvoorbeeld obstipatie of een opgeblazen gevoel, zal je waarschijnlijk niet altijd zin hebben om te gaan sporten. Toch kun je veel baat hebben bij meer bewegen en wel gaan. Bewegen heeft namelijk een enorm positief effect op je spijsvertering.

9. Goede lichaamshouding
Hebben de eerst acht punten je nog niet overtuigd? Misschien motiveert het je dat uit verschillende onderzoeken blijkt dat sporters zich beter voelen dan mensen die helemaal niet bewegen. Ze zitten beter in hun vel en stralen dit ook uit. Ook hebben sporters een betere lichaamshouding en hebben ze minder last van klachten als rugpijn.

10. Meer energie
Voel je je futloos en lukt het je echt niet om jezelf van de bank te slepen om in actie te komen? Realiseer je je dan dat je lichaam door beweging op gang komt. Je hart en longen worden aan het werk gezet en onder andere je bloedcirculatie verbetert. Al na een paar weken regelmatig sporten voel je je energieker en heb je meer zin in dingen. Probeer vaste sportmomenten te prikken of spreek met iemand af om het makkelijker vol te houden.

Bron: Gezondheidsnet

6 redenen om te trainen in de herfst

De zomervakantie zit er nu echt op: we moeten weer aan de bak. Je hebt volop genoten aan het terras, de camping of het strand, maar helaas zijn met die heerlijke dagen de vakantiekilo’s er ook aangevlogen. Tijd om daar vanaf deze maand wat aan te doen!

1. Je bent weer uitgerust
Als het goed is, is je lichaam tijdens de vakantie voldoende uitgerust. Je kunt er weer helemaal tegenaan. Maak gebruik van deze energie en probeer deze zo goed mogelijk vast te houden. Dit kun je doen door gezond te eten, regelmatig te bewegen en op tijd je rust te pakken.
Ga niet meteen te veel, te lang of te intensief sporten: je kunt namelijk last hebben van de training. Als je drie weken op vakantie bent geweest, heb je kans dat je weer helemaal opnieuw moet beginnen met sporten.

2. Goede voornemens zijn makkelijker vol te houden
Wist je dat september een betere maand is voor goede voornemens dan januari? In september heb je nog genoeg energie, wat je meteen kunt vasthouden en doortrekken naar het nieuwe jaar. In januari is het een stuk kouder en donkerder, waardoor je eerder vermoeid bent dan normaal. Ook verwateren de goede voornemens dan eerder, omdat je ze gedurende het jaar uit het oog kunt verliezen.

3. Het is (meestal) koeler in september
Hoewel het in september grotendeels nog officieel zomer is, zie je het weer vaak al veranderen: de ochtenden zijn koeler, het is overdag minder warm en het wordt alweer wat eerder donker. Het echte strand- en terrasjesweer is meestal wel over. Dat is natuurlijk jammer, maar in de warmte heb je vaak minder energie en motivatie om te sporten. September is ideaal om weer lekker de hardloopschoenen aan te trekken of te bootcampen.

4. Je kunt alvast aan je weerstand werken
Daarnaast is september de perfecte maand om aan je weerstand te werken, omdat het vaak koeler is dan in de zomermaanden, maar nog niet te donker en te koud zoals in de winter. Maak daarom lekker veel boswandelingen en probeer nog zoveel mogelijk actief te zijn buiten, bijvoorbeeld door te fietsen. Uit onderzoek is gebleken dat het gezond is om buiten te sporten, omdat je immuunsysteem verbetert en psychische klachten, zoals depressie en angst, verlicht worden. Ook kun je meteen een voorraadje vitamine D aanleggen, wat weer onder andere goed is voor je energieniveau, skelet en spieren.

5. Er is drukte en structuur
In de zomervakantie laat je lekker alles los, maar vanaf september begint het ‘echte leven’ weer. Je bent druk en leeft volgens vaste routines, zeker wanneer je jonge kinderen hebt. Het klinkt misschien saai, maar als je vaste eet- en sportmomenten inplant, dan leer je een gewoonte aan. Het is dan geen kwestie van volhouden meer: je doet het gewoon. Profiteer dus van deze structuur, maar blijf natuurlijk naar je lichaam luisteren.

6. Je zit weer strak in je vel tijdens de feestdagen                                                                          Begin je (weer) met sporten in september? Dan heb je nog drie maanden om te trainen, zodat je je tijdens de feestdagen weer strakker in je feestjurk kunt vertonen. Hoewel dit misschien als een ambitieus doel klinkt, is dit zeker mogelijk. Leg jezelf vooral geen druk op en probeer het zo leuk mogelijk te maken: sport bijvoorbeeld met je partner of een vriendin, of probeer wat vaker een blokje om te gaan.

bron: gezondheidsnet

 

 

Een hoog cholesterol, wat zegt dat?

Risicofactor voor hart- en vaatziekten

Het is een standaard onderdeel van bijna iedere gezondheidscheck: het meten van het cholesterolgehalte. Cholesterol is een onmisbare stof voor het lichaam. Een te hoog cholesterolgehalte wordt echter gezien als een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Waar ligt de grens?

Even een kleine opfrisser. Cholesterol is een vetachtig, lichaamseigen stof. Het is een bouwstof voor lichaamscellen en nodig voor de aanmaak van vitamine D en gal. De meeste cholesterol wordt door het lichaam zelf aangemaakt en wel in de lever. Daarnaast haalt ons lichaam het uit voeding.
In het ideale geval maakt het lichaam precies genoeg cholesterol aan, maar dat gebeurt niet altijd. Tel daarbij de ongezonde leefgewoontes van tegenwoordig bij op en een hoog cholesterolgehalte is een feit. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 25 procent van de mensen tussen de 35 en 70 jaar een te hoog cholesterolgehalte heeft.

Wat is te hoog?

De hoeveelheid cholesterol wordt uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l). In het algemeen wordt bij het totaal cholesterolgehalte de volgende indeling aangehouden:

Totaal cholesterolgehalte:
Het cholesterolgehalte is:
Lager dan 5 mmol/l is normaal
5,0 – 6,4 mmol/l is licht verhoogd
6,5 – 7,9 mmol/l is duidelijk verhoogd
Hoger dan 8,0 mmol/l is sterk verhoogd

LDL

Een hoog cholesterolgehalte is een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Of, beter gezegd, een hoog LDL gehalte. Er zijn namelijk meerdere soorten cholesterol. LDL wordt het ‘slechte’ cholesterol genoemd. Deze zorgt voor het transport van cholesterol naar de cellen en spieren. Onderweg nestelt het zich gemakkelijk in de wanden van slagaders waardoor de slagaders kunnen vernauwen en dichtslibben. Dit proces heet slagaderverkalking. Hoe meer de slagaders vernauwd zijn, hoe groter het risico.

HDL

HDL noemen we ook wel het ‘goede cholesterol’. HDL transporteert het teveel aan LDL cholesterol naar de lever, waarna het via de darmen en de ontlasting het lichaam verlaat. Om het risico op hart- en vaatziekten vast te stellen, kijkt de arts niet alleen naar het totale cholesterolgehalte maar ook naar de verhouding tussen HDL en het totaal cholesterol (de ratio). Een hoog HDL gehalte is gunstig en een hoog LDL gehalte juist niet.

In balans

Een goede balans tussen LDL en HDL is dus belangrijk. Daar is een formule voor ontwikkeld: de cholesterolratio. Dit is het totale cholesterolgehalte gedeeld door het HDL-gehalte. Deze ratio kan worden verbeterd door een gezonde leefwijze met veel groente en fruit, weinig verzadigd vet, niet roken en voldoende beweging. Als dat niet voldoende helpt, dan kan de arts op basis van je persoonlijke risicoprofiel cholesterolverlagers (in de meeste gevallen statines) voorschijven.

Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van de Infolijn Hart en Vaten van de Hartstichting en De Hart&Vaatgroep.

 

 

Fibromyalgie: wekedelenreuma Leven met chronische spier- en gewrichtspijn

Fibromyalgie is een van de meer dan 100 reumatische aandoeningen en betekent letterlijk: pijn in spieren en bindweefsels. Het valt in de categorie wekedelenreuma, een vorm van reuma waaraan in Nederland 460.000 mensen lijden (TNO-rapport 2007).

Fibromyalgie is geen aandoening met een aanwijsbare oorzaak, maar een verzamelnaam van specifieke ziekteverschijnselen en klachten (een syndroom).

Symptomen fibromyalgie

Het kenmerkt zich door pijn in spieren en gewrichten, (ochtend)stijfheid en chronische vermoeidheid. Fibromyalgie is geen ontsteking en geen slijtage, en niet zichtbaar bij beeldvormend onderzoek. De stekende, brandende, zeurende pijn bij fibromyalgie kan sterk wisselen in hevigheid, plaats en duur. Soms treft het de knieën, dan weer de nek- en schouderpartij, weken later zit de pijn ineens in de heupen. Naast pijn is het vooral de vermoeidheid die mensen met fibromyalgie in hun dagelijks functioneren belemmert. De meest voorkomende klachten zijn:

  • spierpijn en (ochtend)stijfheid
  • pijn in de weke delen rondom gewrichten (bindweefsel, aanhechting pezen)
  • ernstige vermoeidheid
  • neerslachtigheid
  • slecht slapen
  • krachtverlies, zwaar gevoel, tintelingen in armen of benen
  • opgezette vingers
  • hoofdpijn
  • concentratiestoornissen
  • darmklachten, buikpijn

Oorzaak van de ziekte

Fibromyalgie heeft geen aanwijsbare oorzaak en beschrijft slechts de situatie: pijn in spieren en bindweefsels. Er bestaan wel enkele theorieën over het ontstaan van de klachten:

  • Pijn wordt anders ervaren: uit hersenonderzoek is gebleken dat fibromyalgiepatiënten een andere verwerking van pijnprikkels hebben.
  • Verstoring in de werking van hormonen en neurotransmitters door overmatige blootstelling aan stress en spanning (overprikkeling). Bijvoorbeeld van het hormoon serotonine, dat een rol speelt bij pijnbeleving, het gevoel van welbevinden en de afgifte van het slaaphormoon melatonine.
  • Gewoonlijk herstelt het lichaam zich ’s nachts. Fibromyalgiepatiënten slapen vaak slecht (door pijn, ongemak), waardoor hun lichaam onvoldoende tot herstel komt.

Diagnose fibromyalgie

Iedereen heeft wel eens spierpijn, en we zijn allemaal wel eens moe of sip. Wanneer er echter sprake is van langdurige pijnklachten (langer dan 6 maanden) over het lichaam verspreid (in linker- en/of rechterhelft, boven- en/of onderlichaam), is het verstandig dit met de huisarts of een reumatoloog te bespreken.

Na een uitgebreid vraaggesprek over je klachten en bevindingen zal een lichamelijk onderzoek plaatsvinden, waarin onder andere de tenderpoints worden gecontroleerd. Dit zijn 18 pijnpunten over het lichaam verspreid waarop, op basis van internationale afspraken, de diagnose fibromyalgie mag worden gesteld. Ook het uitsluiten van andere lichamelijke oorzaken en eventueel aanvullend bloed- of urineonderzoek horen bij het stellen van een correcte diagnose.

Behandeling fibromyalgie

Omdat er geen aanwijsbare oorzaak is, bestaat de behandeling voornamelijk uit symptoombestrijding:

  • pijnmedicatie (bij voorkeur paracetamol, soms NSAID, maar deze behoeven een maagbeschermer, in uiterste gevallen plaatselijke verdoving of opiaten)
  • eventueel slaapmedicatie (melatonine) of een licht antidepressivum (Amitriptyline)
  • dagelijkse beweging om het lichaam soepel te houden
  • milde sporten, zoals wandelen, zwemmen, fietsen
  • fysiotherapie, ergotherapie, Cesartherapie
  • balans tussen activiteit en rust
  • aanpassing in leefstijl
  • begeleiding reumaverpleegkundige
  • Andere vormen van hulp

Naast het standaard behandelplan zijn er nog andere behandelvormen mogelijk. Denk hierbij aan:

  • het volgen van een multidisciplinair programma (beweging/advies/therapie)
  • aangepaste fitness- en sportprogramma’s
  • ondersteuning van een mental coach en/of psychologische begeleiding
  • een cursus yoga, meditatie, mindfulness
  • ondersteuning met voedingssupplementen, glucosamine en omega-3 vetzuren
  • alternatieve behandelingen met homeopathie, acupunctuur, infrarood, kuren, tai-chi, voetreflextherapie, magnetisme, etc.

Tips

  • Door een agenda of dagboekje bij te houden, kun je je activiteiten in kaart brengen en zien waar het zwaartepunt ligt. Stel dit eventueel bij.
  • Blijf bewegen: je ‘smeert’ als het ware je gewrichten en dit komt de pijn ten goede.
  • Beter een uurtje rusten voordat je een zware inspanning verricht, dan achteraf een pijnstiller nemen.
  • Slecht slapen? Maak ’s avonds een wandeling in de buitenlucht, drink warme melk, neem in overleg eventueel extra paracetamol voor de nacht of melatonine.
  • Zoek bij pijn naar optimale omstandigheden; dit kan beweging zijn of juist rust, warmte, ontspanning, afleiding (hobby), yoga/meditatie.
  • Valeriaan helpt bij spanning, nervositeit en slapeloosheid.
  • Leer jezelf in acht nemen, leer nee zeggen en leer hulp aanvaarden.

Bron: Reumafonds

De lichamelijke reactie op stress

Het zweet breekt je uit, de vlinders rommelen in je buik en je hart klopt in je keel. Stress ervaar je niet alleen in je hoofd, maar ook in je lijf. De oorspronkelijke stressreactie van het lichaam is heel gezond, maar wanneer het lichaam langdurig stress ervaart kan het misgaan.

Stress is de reactie van het lichaam op een bedreigende situatie. Of iets stressvol is hangt af van hoe iemand een situatie inschat en van de middelen waar over iemand beschikt om met de situatie om te gaan. Voor de een is presenteren voor 100 man een hobby, terwijl een ander er nachtenlang van wakker kan liggen.

Zodra er sprake is van een stressvolle situatie zorgen onze hersenen ervoor dat er twee systemen in werking worden gesteld. Allereerst wordt het lichaam in een staat van paraatheid gebracht door het sympathische zenuwstelsel. De hormonen adrenaline en noradrenaline komen vrij en het lichaam is klaar voor de ‘vecht- of vluchtreactie’, hierdoor:

  • gaat de bloeddruk omhoog
  • stijgt de hartslag
  • stroomt er zuurstofrijk bloed naar de spieren, het hart en de hersenen (en minder naar de andere organen)
  • spannen de spieren zich aan
  • verwijden de longblaasjes zich en wordt de ademhaling sneller
  • trekt het bloed weg uit het gezicht
  • gaat de spijsvertering op een laag pitje (vlinders in de buik)
  • breekt het zweet je uit

Kortom het lichaam is klaar voor actie. Het systeem is zo afgesteld dat het liever te vaak afgaat dan te weinig. Het is beter om ons negen van de tien keer onnodig gestrest te maken, dan dat het lichaam een keer laks reageert.

<h3>Stresshormoon</h3>
Na enkele minuten geeft de hypofyse de bijnieren de opdracht om cortisol te gaan produceren. Dit is het tweede systeem dat in werking wordt gesteld. Cortisol is beter bekend als het stresshormoon en heeft daardoor een slechte naam. Toch speelt het hormoon een belangrijke rol in de stressreactie. Het laat bijvoorbeeld de bloedsuikerspiegel stijgen en zorgt ervoor dat de stofwisseling wat harder werkt. Daardoor komt er meer energie vrij om met de stress situatie om te gaan.

<h3>Gezond</h3>
Stress is een hele natuurlijke, en ook gezonde reactie van het lichaam. Iedereen krijgt dagelijks wel te maken met een vorm van stress. Op het werk helpt gezonde stress je om goed te presteren. Het maakt je alert, geconcentreerd en efficiënt. Ook met de spanning die je voelt tijdens een sportwedstrijd of als je een auto-ongeluk net weet te voorkomen is niets mis.
De stressreactie van lichaam zorgt ervoor dat we in noodsituaties goed kunnen handelen, maar deze reactie beperkt zich tegenwoordig niet meer tot het voorkomen dat je onder een bus komt of wordt opgegeten door een leeuw. We reageren nu ook meer op bedreigingen van psychische aard. En als dat ook tijdelijke stress zou zijn, is dat helemaal niet erg. Maar meestal is deze stress langdurig van aard.

<h3>Ongezond</h3>
Wanneer stress langdurig aanwezig is of wanneer het lichaam te heftig reageert op een stressvolle situatie kan dit leiden tot problemen. Als de stress lang duurt, is er meer tijd nodig om te herstellen. Ditzelfde geldt voor hevige reacties. Bij veel momenten van stress heeft het lichaam te weinig tijd voor het herstel, waardoor de stress opstapelt. Dan is er sprake van ongezonde stress, waardoor allerlei klachten kunnen ontstaan.
Van lichamelijke klachten als een verhoogde bloeddruk, hoofdpijn en slapeloosheid tot psychische klachten als prikkelbaarheid, depressiviteit en besluiteloosheid. Bij ongezonde stress ontstaat vaak ook ander gedrag. Sommige mensen vluchten in eten, sigaretten of drank. Anderen gaan meer praten, worden cynisch of krijgen last van concentratieproblemen. Stressklachten zijn vaak in eerste instantie waarschuwingssignalen: voorbodes van bijvoorbeeld een burn-out.

Bron(nen): Psychologie Magazine Infonu: Mens en Gezondheid Fonds Psychische Gezondheid

 

5 signalen dat je te weining drinkt

Wanneer kun je wel een glas water gebruiken?

Volwassenen hebben dagelijks ongeveer 1,5 liter vocht uit dranken nodig. Waarschijnlijk houd je niet precies bij hoeveel je drinkt. Deze vijf signalen waarschuwen ervoor dat je wel een extra glas water kunt gebruiken.

Hoe zit het ook alweer: volwassenen hebben gemiddeld elke dag 2,8 liter vocht nodig. Zo’n 300 milliliter komt vrij bij allerlei processen in je lichaam. Daarnaast haal je een liter uit je voeding. Dan blijft er nog 1,5 liter over die je via dorstlessers binnen moet zien te krijgen.
Je hoeft niet alleen maar water te drinken. Koffie, thee en andere dranken tellen ook mee. Frisdrank en vruchtensap bevatten veel suiker en vergroten daarom het risico op diabetes type 2 en overgewicht. Het Voedingscentrum adviseert dan ook om zo weinig mogelijk voor limonade, frisdrank en sapjes te kiezen. Gewoon kraanwater is ideaal. Het is goedkoop, er zitten geen calorieën in en het is overal verkrijgbaar.

Deze signalen kunnen erop wijzen dat je te weinig drinkt:

1. Weinig naar de wc hoeven

Een normale plasfrequentie is overdag zo’n vijf tot zeven keer naar de wc gaan en ’s nachts misschien nog een keer. Uiteraard verschilt het precieze aantal toiletbezoeken per persoon en zul je vaker moeten plassen als je heel veel drinkt.
Zit je maar twee keer per dag op het toilet? Denk je aan het eind van je werkdag “Goh, ik ben vandaag nog helemaal niet naar de wc geweest?” Dan drink je te weinig.

2. Donkere urine

Urine ziet er als het goed is helder en licht- tot felgeel uit. Drink je grote hoeveelheden water, dan worden de kleurstoffen in je urine verdund, waardoor je plas heel lichtgeel tot waterachtig van kleur wordt.
Drink je juist heel weinig, dan zit er minder vocht in je urine en is deze geconcentreerder, wat de plas donkergeel tot oranje maakt. Waarschijnlijk zie je verschil tussen de kleur van je ochtendurine en en de kleur van je plas in de loop van de dag. Ochtendurine is geconcentreerder en dus donkerder omdat je ’s nachts niet drinkt, maar wel transpireert. Is je urine gedurende de dag ook aan de donkere kant, dan moet je wat meer drinken.

3. Obstipatie

In de dikke darm wordt vocht onttrokken aan je ontlasting. Blijft ontlasting te lang in je dikke darm zitten, dan wordt deze hard en droog en kan poepen lastig en pijnlijk zijn. Heb je last van obstipatie, dan heeft dat vaak te maken met je eet- én drinkgewoontes.
Voor een soepele stoelgang heb je namelijk voldoende vezels nodig. Deze nemen als een spons water op en houden de ontlasting zacht. Dat kunnen ze alleen goed doen als je voldoende vocht binnenkrijgt. Obstipatie kan dan ook een teken zijn dat je te weinig drinkt.

4. Trek in eten

Je lichaam kan honger en dorst niet altijd goed van elkaar onderscheiden. Het kan daardoor zo zijn dat je trek hebt, terwijl je eigenlijk voldoende gegeten hebt.
Heb je telkens zin in iets te eten? Mogelijk heb je een vochttekort. Drink voordat je naar een snack grijpt eerst een groot glas water en wacht een kwartiertje. Waarschijnlijk is je trek daarna verdwenen.

5. Hoofdpijn, moe, duizelig

Een vochttekort kan leiden tot hoofdpijn, vermoeidheid en concentratieproblemen. Of je wordt beetje duizelig als je opstaat. Als je echt uitgedroogd bent, kun je zelfs flauwvallen en je lusteloos en verward voelen.
Andere verschijnselen bij uitdroging zijn dorst, een droge mond, dieper liggende ogen, een snelle ademhaling en hartslag en koude armen en benen. Je kunt uitdrogen als je waterdunne diarree hebt en te weinig drinkt. Gezonde volwassenen drogen niet zo maar uit, maar 70-plussers en kinderen tot 2 jaar lopen sneller risico op uitdroging als ze diarree hebben.
Zou jij wel wat meer water mogen drinken? Zo doe je dat op een makkelijke manier.

 

Bron(nen): VU medisch centrum, Maag Lever Darm Stichting, WebMD, gezondheidsnet